repetities tot Happy Beursday
Bezoekers vandaag:
0
Belangrijke info voor de repetitie

Woord vooraf
Hieronder mijn gedachten en plannen over het afgelopen periode en de ideeën over het verder werken met ons orkest. Leestijd +- 10 min. - Sorry, beetje lang betoog, maar hopelijk wel duidelijk.

Overdenkingen over de repetitieperiode
Next Step 2.0 – samen bouwen aan een sterk orkest
De komende periode wil ik met het orkest een volgende stap zetten in onze manier van repeteren, voorbereiden en samen muziek maken. Niet omdat het slecht gaat – integendeel – maar juist omdat er veel positieve ontwikkelingen zijn waar we op kunnen voortbouwen. En precies daarom vind ik dit het juiste moment om duidelijker te maken welke richting ik met het orkest op wil.
Als ik terugkijk op de afgelopen periode zie ik namelijk ontzettend veel mooie dingen gebeuren binnen ons orkest en binnen de vereniging. Er zijn muzikanten die zichtbaar groeien, die stappen zetten, die verantwoordelijkheid pakken en die laten zien wat er mogelijk is wanneer talent, inzet en liefde voor muziek samenkomen.
Ewout is bijvoorbeeld toegelaten tot het Young Trombone Collective, wat een prachtige prestatie is en laat zien wat er mogelijk is wanneer iemand serieus en doelgericht met zijn instrument bezig is. Jithe heeft een operatie aan haar hand gehad die gelukkig goed is verlopen en we hopen haar binnenkort weer op volle kracht te zien meespelen.
Binnen het orkest zelf zie ik ook veel ontwikkeling. Pepijn die de eerste klarinet fantastisch oppakt. Janine die haar rol als melodisch percussionist steeds duidelijker en muzikaler invult. George die inmiddels heeft laten horen wat voor sterke solist hij kan zijn en zich verder ontwikkelt.
De saxsectie is met Roan een goede muzikant rijker geworden en vormt een sterke basis binnen het orkest. Hendrik is zijn beugel kwijt, heeft een nieuwe dubbelhoorn, moet zijn embouchure opnieuw opbouwen, heeft een nieuwe hoornlerares én combineert dat met zijn werk bij de reddingsbrigade — en toch blijft hij zichtbaar groeien in kwaliteit.
Jason heeft na een flinke tegenslag zijn draai achter de drums weer gevonden. Het samenspel in de tweede en derde klarinet is verbeterd. Femke en Jaylin vormen een ijzersterk team dat bijna iedere week trouw aanwezig is. Michiel leert in relatief korte tijd een instrument bespelen op een niveau dat eerlijk gezegd best uitzonderlijk is — ook al ben je daar zelf misschien kritischer op dan ik.
Het is mooi dat Marriët weer meespeelt op trompet naast Jan, en wellicht mogen we binnenkort ook Babs verwelkomen als trompettist. Ik vond het fijn om Froukje weer wat vaker te zien tijdens repetities en ik vond het bijzonder dat Elly ineens die fluitsolo aandurfde.
Ook de invallers die ons regelmatig komen helpen zijn ontzettend waardevol. En we kijken uit naar mooie projecten die eraan komen, zoals De Stem van de Streek. Daarnaast zie ik ook in het leerlingorkest mooie ontwikkelingen. De NTO’ers laten daar een duidelijke sprong vooruit zien.
Kortom: er gebeurt ontzettend veel goeds in deze vereniging. En juist daarom wil ik ook iets met jullie delen over hoe we samen verder kunnen groeien.
Een richting die we al kennen
Voor veel van jullie zal wat hier staat niet volledig nieuw zijn. Veel van deze onderwerpen zijn het afgelopen jaar al eens ter sprake gekomen: thuisstudie, werken met de metronoom, gerichter repeteren, op tijd beginnen, beter luisteren, beter voorbereiden. Alleen gebeurde dat vaak in losse opmerkingen, losse presentaties of losse momenten.
Achteraf moet ik ook eerlijk zijn naar mezelf: het is mij aan te rekenen dat ik dat niet altijd structureel genoeg heb doorgevoerd. Daardoor bleef het soms wat los zand. Er waren ideeën, er waren plannen, er waren richtinggevende opmerkingen, maar niet altijd één helder geheel waar iedereen zich aan kon vasthouden.
Met deze brief wil ik daar duidelijkheid in brengen. Niet als iets volledig nieuws, maar als een heldere richting waarin we samen verder willen werken.
Groei van een vereniging
Een vereniging hoort te groeien.
Niet alleen in gezelligheid, maar ook in muzikale kwaliteit en ontwikkeling. Wanneer een orkest groeit in kwaliteit gebeurt er iets bijzonders. Het orkest gaat beter klinken, uitvoeringen worden interessanter voor publiek en het wordt aantrekkelijker voor nieuwe muzikanten om zich aan te sluiten. Kwaliteit trekt kwaliteit aan.
Tegelijkertijd zien we dat het publiek tegenwoordig ook andere verwachtingen heeft van een concert dan vroeger. Een uitvoering bestaat allang niet meer alleen uit muziek spelen en luisteren. Moderne orkesten werken steeds vaker met:
– solisten
– vocalisten
– combo’s
– bijzondere samenwerkingen
– beeld en licht
– theater of dans
Het publiek verwacht verrassing en beleving. Elke uitvoering probeert iets nieuws te brengen dat nieuwsgierig maakt naar het volgende concert. Orkesten die daarin stil blijven staan zien vaak dat zalen langzaam leeglopen en verenigingen vergrijzen.
Gelukkig staan wij er op dat gebied goed voor. We hebben een mooie mix van jong en minder jong en we slagen er regelmatig in om verrassende projecten neer te zetten. Dat is een grote kracht van deze vereniging. Maar om dat te kunnen blijven doen, moeten we ook muzikaal blijven groeien.
Mijn rol als dirigent
Voordat ik verder ga wil ik ook iets benoemen over mijn eigen rol.
Ik word door de vereniging betaald om dit orkest te dirigeren. Mijn taak is niet alleen het leiden van de wekelijkse repetities, maar ook het bewaken van de muzikale ontwikkeling en het eindresultaat van het orkest.
Aan het eind van een concert staat er in het programmaboekje:
Dirigent: Niels Ket
Dat betekent dat mijn naam onder dat concert staat. En dat schept verwachtingen vanuit de vereniging, het publiek, het bestuur en ook vanuit mijzelf. Daarmee ligt er ook een duidelijke verantwoordelijkheid bij mij om te zorgen dat het orkest zich blijft ontwikkelen en dat uitvoeringen muzikaal overtuigend zijn.
Ik voel dus ook een verantwoordelijkheid voor hoe het orkest klinkt, hoe een uitvoering uiteindelijk overkomt en of de muzikale potentie van dit orkest daadwerkelijk tot zijn recht komt.
Voorbereiding van mijn kant
Een repetitie begint voor mij niet op vrijdagavond.
Door de week ben ik al bezig met de voorbereiding. Ik denk na over hoe een repetitie kan verlopen, welke passages we gaan aanpakken, waar het moeilijk kan worden en hoe we daar samen doorheen kunnen werken. Maar dat gebeurt niet alleen op orkestniveau.
Ik kijk ook naar individuele partijen en secties. Bijvoorbeeld:
– wat verwacht ik van de bassectie in een bepaalde passage
– wat moet het slagwerk precies doen om het ritme stabiel te maken
– hoe kunnen twee secties beter op elkaar aansluiten
– hoe krijgen we een ritmisch loopje echt strak
– hoe kunnen we een passage tegelijkertijd laten beginnen en eindigen
– hoe verbeteren we de balans tussen bepaalde instrumenten of secties
Daarnaast moet elke inzet in een muziekstuk voor mij bekend zijn. Als dirigent moet ik niet alleen de partijen kennen, maar ook de structuur van het stuk, de moeilijke passages, de valkuilen, de akkoordenschema’s en de muzikale opbouw.
Het afgelopen jaar heb ik daarnaast ook veel tijd gestoken in het verbeteren van de website. In totaal zeker zo’n veertig uur. Met veel plezier overigens, want het doel daarvan is juist om dingen duidelijker te maken en jullie meer handvatten te geven.
Elke week probeer ik op zondag het repetitieschema klaar te hebben. Dan denk ik na over vragen zoals:
– waar gaan we deze week aan werken
– welke passages verdienen extra aandacht
– is er een oefening die kan helpen
– kan een filmpje of een opname helpen om het stuk beter te begrijpen
– hoe schrijf ik iets zo op dat het duidelijk en bruikbaar is
Dat zijn allemaal kleine dingen, maar samen kosten ze behoorlijk wat tijd en energie. En die tijd investeer ik graag, omdat ik wil dat repetities duidelijk en effectief verlopen.
Maar daar zit voor mij ook een bepaalde verwachting achter. Wanneer ik zo’n repetitie voorbereid, zie ik in mijn hoofd al een beetje voor me hoe de avond kan verlopen. Ik denk dan: vanavond gaan we deze passage echt goed krijgen. Hier gaan we iets ontdekken. Daar gaan we iets verbeteren. Daar kunnen we de muziek meer laten ademen.
De realiteit van repetities
En soms gebeurt dat ook.
Maar eerlijk gezegd gebeurt het ook regelmatig dat we tijdens een repetitie opnieuw dingen moeten aanpakken die eigenlijk al eerder bekend waren.
Dat we opnieuw ritmes moeten uitleggen.
Dat we opnieuw naar dezelfde passages kijken.
Dat we opnieuw verkeerde noten moeten aanwijzen.
Dat we opnieuw moeten zoeken naar stabiliteit in tempo of intonatie.
En ik weet dat een aantal van jullie dat ook ziet. Niet alleen omdat ik het zelf merk, maar ook omdat ik die frustraties soms van jullie terug hoor — soms rechtstreeks naar mij, soms onderling in gesprekken.
Vooral de leden die serieus thuis studeren merken dat vaak als eerste.
Wanneer we tijdens repetities veel tijd kwijt zijn aan het opnieuw uitleggen van ritmes of het aanwijzen van verkeerde noten, blijven we hangen aan de oppervlakte van een muziekstuk. We komen dan niet toe aan waar een repetitie eigenlijk voor bedoeld is:
– de diepte in
– werken aan klank
– werken aan dynamiek
– werken aan balans
– werken aan muzikaliteit
– en uiteindelijk aan het vertellen van het verhaal dat in een muziekstuk zit
En dat is precies waar het wringt. Niet omdat iemand iets expres fout doet, maar omdat er in dit orkest veel meer potentie zit dan we nu vaak laten horen.
Openheid van mijn kant
Ik wil in dit verhaal ook iets persoonlijks delen.
Wanneer ik voor een orkest sta en het gevoel heb dat iedereen er alles aan doet om samen tot een goede uitvoering te komen, dan geeft mij dat enorm veel energie. Dan ontstaat er iets moois: het orkest inspireert mij, en hopelijk inspireer ik het orkest weer terug.
Maar eerlijkheidshalve moet ik ook zeggen dat dat niet altijd zo voelt.
Wanneer een orkest niet laat merken dat het voor de volle honderd procent bezig is met de muziek, dan roept dat bij mij twee reacties op. Aan de ene kant voel ik weerstand. Aan de andere kant krijg ik juist de drang om het de volgende keer nog beter aan te pakken, nog duidelijker te zijn of soms wat steviger op te treden.
Boos worden of gefrustreerd reageren ligt eigenlijk niet in mijn aard. Ik geloof ook niet dat dat op de lange termijn helpt. Maar tegelijkertijd merk ik dat het soms moeilijk wordt wanneer ik moet blijven werken met valse noten, onzuivere intonatie of passages die na weken nog steeds ritmisch niet kloppen.
Niet omdat iemand iets expres fout doet, maar omdat ik zo graag wil dat een muziekstuk echt tot zijn recht komt.
Neem bijvoorbeeld een stuk als Adventure. Dat is muziek die een verhaal wil vertellen. Die het publiek wil meenemen in een avontuur. Maar om dat echt te laten gebeuren moeten alle puzzelstukjes op hun plek vallen. En wanneer dat nét niet lukt, repetitie na repetitie, dan kan dat soms ook voor mij frustrerend zijn.
Ik merk dan dat ik intern minder flexibel word. Mijn energie raakt sneller op.
Een keer ben ik zelfs direct na een repetitie naar huis gegaan terwijl ik normaal altijd nog even blijf zitten. Niet uit boosheid, maar simpelweg omdat mijn energie op was. Het orkest werd niet echt door mij geprikkeld, en ik voelde dat ik op dat moment ook het orkest niet meer kon prikkelen.
Dat zijn momenten waarop ik mij ook een beetje machteloos kan voelen.
En heel eerlijk: soms merk ik dat er dan een gedachte opkomt zoals:
“Als het orkest er zelf niets aan doet, dan houdt het ergens ook op.”
Maar dat is niet de gedachte die ik wil laten winnen.
Want ik geloof er juist in dat een orkest iets bijzonders kan worden wanneer dirigent en muzikanten elkaar blijven uitdagen en inspireren.
En precies daarom wil ik dit nu anders aanpakken.
Niet door harder te werken of meer te herhalen op de repetitie, maar door samen duidelijker af te spreken wat we van elkaar verwachten. Want wanneer iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt in de voorbereiding, kunnen we op vrijdagavond weer doen waar het echt om gaat: samen muziek maken.
Waarom deze aanpak?
Deze aanpak komt voort uit liefde voor muziek — en uit betrokkenheid bij jullie als muzikanten. Het doel is niet om strenger te worden om het streng zijn, maar om duidelijker en effectiever samen te werken.
In een orkest is voorbereiding namelijk nooit alleen iets persoonlijks. Wat jij thuis doet met je instrument heeft direct invloed op de tijd en energie van alle andere muzikanten.
Onderzoek naar muziekeducatie laat ook zien dat repetities het meest effectief zijn wanneer muzikanten hun partij al grotendeels kennen. De repetitie is dan niet meer bedoeld om noten te leren, maar om samen te bouwen aan klank, balans, timing en expressie.
Of simpel gezegd: een goede repetitie begint eigenlijk al thuis.
Thuis leer je je eigen partij. Op de repetitie leer je het orkest.
Thuisstudie – wat betekent dat concreet?
Het doel van thuisstudie is niet dat je een beetje naar je partij kijkt. Het doel is dat je een goed ingestudeerde passage meeneemt naar de vereniging.
Je neemt dus iets mee dat technisch en ritmisch al klopt. Pas dan kunnen we samen werken aan balans, klank, dynamiek en muzikaliteit.
Daar hoort ook een duidelijke inspanning bij.
Iedere muzikant zou moeten streven naar minimaal één uur thuisstudie per week. Dat is echt een minimum.
Sommige passages kosten minder tijd, andere meer. Maar wanneer iedereen ongeveer dat niveau van voorbereiding meeneemt naar de repetitie, verandert de kwaliteit van het orkest merkbaar.
En stel jezelf daarbij eens een paar eerlijke vragen:
– Hoe studeer ik eigenlijk thuis?
– Hoeveel tijd neem ik daar echt voor?
– Werk ik gericht aan moeilijke passages?
– Of speel ik het stuk vooral een paar keer door?
Er zit namelijk een groot verschil tussen spelen en studeren.
Studeren betekent dat je bewust werkt aan wat nog niet goed gaat.
Gericht studeren – deliberate practice
Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het principe van deliberate practice, oftewel doelgericht oefenen.
Onderzoek naar muziekeducatie laat zien dat muzikanten het meeste vooruitgaan wanneer ze niet alleen veel oefenen, maar vooral gericht oefenen op wat nog niet goed gaat.
Dus niet tien keer het hele stuk doorspelen, maar bijvoorbeeld vijf minuten werken aan één moeilijke maat totdat die echt goed voelt.
Dat betekent dat studeren thuis een andere aanpak vraagt:
– kleine passages isoleren
– langzaam oefenen
– moeilijke ritmes analyseren
– herhalen totdat het automatisch voelt
De repetitie is namelijk niet de plek om noten te leren. De repetitie is de plek waar we samen bouwen aan klank, balans, timing en expressie.
Kwaliteit van studeren is belangrijker dan alleen de hoeveelheid tijd.
De metronoom – het belangrijkste studiegereedschap
Hier wil ik ook iets heel duidelijk over zeggen.
De metronoom is misschien wel het belangrijkste hulpmiddel dat een muzikant heeft. Wie studeert zonder metronoom studeert meestal niet efficiënt.
Vooral bij:
– ritmische loopjes
– snelle passages
– langzame passages waarin timing cruciaal is
is een duidelijke puls onmisbaar.
Ik kan het belang van de metronoom eigenlijk niet genoeg benadrukken. Voor mij is de metronoom het belangrijkste hulpmiddel voor elke muzikant ter wereld. Ik ben daar bijna ambassadeur van.
En eerlijk gezegd denk ik dat het gebruik van de metronoom nog steeds veel te weinig gebeurt. Misschien durf ik zelfs wel te stellen dat er weken zijn waarin niemand in het orkest een metronoom gebruikt tijdens het studeren.
En dat is zonde, want juist daar ligt vaak de sleutel tot beter samenspel.
Daarom ook hier een paar eerlijke vragen:
– Gebruik jij thuis een metronoom?
– Zo ja: hoe vaak?
– Zo nee: waarom niet?
Weet je niet goed hoe je ermee moet werken? Of ben je er misschien van overtuigd dat het je niets oplevert?
Dan is mijn vraag: waarom zou je het niet eens proberen?
Het studiestuk
Binnenkort verschijnen er weer twee studiestukken op de lessenaar. Een studiestuk is meestal een wat groter werk dat net op of iets boven het niveau van het orkest ligt. Vaak zijn deze stukken langer, bevatten ze verschillende maatsoorten en veel contrasten in expressie.
Het zijn vaak programmatische werken: muziek die geïnspireerd is door een verhaal, een historische gebeurtenis, mythologie of een ander idee. Soms kan het ook een bewerking zijn van een complexer werk uit bijvoorbeeld de musical- of klassieke wereld.
De afgelopen jaren hebben we bijvoorbeeld gewerkt aan Adventure, Soldaat van Oranje en Cleopatra. In de komende periode gaan we opnieuw met twee van zulke werken aan de slag.
Deze studiestukken vormen vaak een soort muzikale ruggengraat van een project of concert. Ze geven ons de kans om echt samen te groeien als orkest.
Een andere manier van instuderen
In mijn voortdurende zoektocht naar nieuwe ideeën heb ik gemerkt dat mijn huidige aanpak nog wat bijgescherpt kan worden voor meer structuur en meer aandacht voor het eindresultaat.
Dus niet meer simpelweg: “We spelen Oregon.”
Maar bijvoorbeeld: “Vandaag werken we aan maat 1 tot en met 32.”
Dat geeft duidelijkheid. Iedereen weet waar we aan werken en wat er voorbereid kan worden.
Wanneer een passage nog niet goed staat, blijven we daar even bij. Niet om iemand onder druk te zetten, maar omdat het uiteindelijk tijd bespaart en duidelijkheid geeft.
Goede voorbereiding is daarbij het sleutelwoord. Wanneer iedereen zijn partij kent, kunnen we op de repetitie echt muziek maken in plaats van alleen noten instuderen.
Macro – micro – macro
We gaan daarbij meer werken met een macro–micro–macro aanpak.
Eerst kijken we naar het grotere geheel van een muziekstuk: het verhaal, de vorm, de spanningsboog. Daarna zoomen we in op kleine onderdelen – en daarna plaatsen we die weer terug in het geheel.
Die microfase kan verschillende vormen aannemen:
– een korte passage uit het stuk
– één specifieke stem
– één instrument
– een hele sectie
Soms kan dat betekenen dat we tijdelijk met een kleine groep werken. Denk aan een korte sectierepetitie of een moment waarop een bepaalde passage alleen met één groep wordt uitgewerkt.
Daarnaast wil ik ook de mogelijkheid openhouden om af en toe een extra studiemoment te organiseren. Bijvoorbeeld een repetitiedag of een verdiepend moment buiten de gewone repetitieavond. Dan kunnen we in alle rust werken aan specifieke onderdelen van een muziekstuk.
Dat kan bijvoorbeeld met:
– sectierepetities
– kleine groepssessies
– spelvormen of studiemethoden
– een korte masterclass of begeleiding van collega-muzikanten
Het doel daarvan is niet meer repetities, maar betere repetities.
Focuspunten voor de komende periode
Om muzikaal te groeien wil ik de komende periode extra aandacht besteden aan een aantal belangrijke basisvaardigheden.
Voor dit orkest zijn dat op dit moment vooral:
Ritmische vaardigheden
Het herkennen, begrijpen en uitvoeren van lastige ritmes.
Klankkleur
Hoe we als sectie en als orkest één gezamenlijke klank vormen.
Zuiverheid
Luisteren naar elkaar en samen intoneren.
Dit zijn de fundamenten waarop een orkest groeit.
Samen leren
Tijdens het studeren kun je natuurlijk tegen dingen aanlopen.
Bijvoorbeeld:
– een ritme dat je niet begrijpt
– een lastige vingerzetting
– een tempo dat niet stabiel voelt
– een passage die technisch moeilijk blijft
– een ademhaling waar je niet uitkomt
– een articulatie of frasering waar je over twijfelt
Daar is niets mis mee.
Wat wél jammer is, is wanneer zo’n vraag niet gesteld wordt.
Er bestaan eigenlijk geen domme vragen. Wat onhandig is, is wanneer je iets verkeerd instudeert en dat pas op de repetitie ontdekt. Wat juist mooi is, is wanneer je gedurende de week nieuwe kennis en vaardigheden opdoet die jou als muzikant én het orkest verder helpen.
Dus vraag gerust.
Aan je buurman of buurvrouw.
Aan mij tijdens de repetitie.
Of in de app.
Het belangrijkste is dat we niet meer afwachten en hopen dat het vanzelf goed komt, maar elkaar helpen om verder te komen.
Aanwezigheid en verantwoordelijkheid
Er is nog een onderwerp dat ik wil benoemen, omdat ik merk dat het onder meerdere muzikanten leeft.
Dat is de aanwezigheid op repetities.
In een orkest is aanwezigheid namelijk niet alleen een persoonlijke keuze. Het heeft direct invloed op het hele orkest. Wanneer iemand ontbreekt, mist niet alleen die persoon een repetitie — het orkest mist ook die muzikant.
Dat kan betekenen dat een sectie niet compleet is.
Dat een bepaalde balans niet geoefend kan worden.
Dat we niet toekomen aan samenspel.
Of dat een repetitie anders moet verlopen dan voorbereid.
Voor mij als dirigent speelt dat ook een rol. Wanneer ik een repetitie voorbereid maak ik een planning: welke passages we gaan aanpakken, welke secties belangrijk zijn en waar we vooruitgang willen boeken.
Wanneer op zo’n avond juist de mensen ontbreken die in dat onderdeel belangrijk zijn, kan dat betekenen dat een deel van die voorbereiding niet tot zijn recht komt.
Daarnaast hoor ik ook van muzikanten onderling dat dit onderwerp leeft. Sommige leden vinden het lastig wanneer repetities regelmatig incompleet zijn of wanneer bepaalde partijen vaak ontbreken.
Dat zijn begrijpelijke gevoelens, want een orkest functioneert nu eenmaal als team.
Daarom wil ik ook een vraag stellen aan iedereen:
Is het voor sommige leden misschien te vrijblijvend geworden om naar een repetitie te komen?
Staat de repetitieavond echt geblokkeerd in de agenda?
Of is het soms iets geworden waar je nog even over nadenkt wanneer de week al vol zit?
Iedereen begrijpt dat er uitzonderingen zijn. Werk, gezin, ziekte of andere verplichtingen kunnen altijd een keer roet in het eten gooien.
Maar zolang dat uitzonderingen blijven, is er niets aan de hand.
Waar het om gaat is dat we met elkaar blijven beseffen dat aanwezigheid belangrijk is — niet alleen voor jezelf, maar voor het hele orkest.
Soms maak ik wel eens de vergelijking met een voetbalteam.
Wanneer je daar niet op de training verschijnt, weet je eigenlijk al wat er gebeurt: de kans is groot dat je op de bank begint. Niet als straf, maar omdat een team moet kunnen bouwen op spelers die er zijn en die samen trainen.
Binnen muziekverenigingen gaan we daar vaak veel milder mee om. Misschien wel té mild. We praten het voor onszelf goed en hebben het ergens geaccepteerd dat mensen soms gemakkelijk afzeggen.
Maar wanneer ik met collega-dirigenten praat hoor ik dat dit op dit moment misschien wel de grootste frustratie is binnen veel orkesten.
Ik hoor zinnen als:
“Het orkest was weer niet compleet, het was notabene de generale.”
“Organiseer je een sectierepetitie, mis ik er twee.”
“Die klarinettist komt vier weken niet en denkt daarna weer de eerste stem te kunnen spelen.”
Dat zijn situaties waar veel orkesten tegenwoordig mee worstelen.
Ik zeg dit niet om iemand persoonlijk aan te wijzen. Iedereen kan een keer verhinderd zijn.
Maar zolang dat uitzonderingen blijven, is er niets aan de hand.
Waar het om gaat is dat we met elkaar blijven beseffen dat aanwezigheid belangrijk is — niet alleen voor jezelf, maar voor het hele orkest.
En ook voor het werk dat in een repetitie wordt gestoken.
Ik word door de vereniging betaald om dit orkest te leiden en te ontwikkelen. Maar tegelijkertijd geloof ik ook dat het belangrijk is dat leden zich verantwoordelijk voelen voor het geheel en het werk dat daarvoor gedaan wordt.
De beste manier om dat te laten zien is eigenlijk heel eenvoudig:
er zijn.
Elke repetitie.
Zoveel mogelijk voorbereid.
Zodat we als orkest echt vooruit kunnen.
De waarde van iedere muzikant
Misschien is het ook goed om nog iets anders te benoemen.
Soms realiseert een muzikant zich misschien niet hoeveel invloed hij of zij heeft binnen het orkest. Misschien denkt iemand wel eens: ach, als ik er een keer niet ben, dan maakt dat toch niet zoveel uit.
Maar in een orkest werkt dat eigenlijk heel anders.
Een orkest is een systeem van radertjes. Iedere muzikant is zo’n radertje in het geheel. En wanneer één radertje ontbreekt, draait het geheel net even anders.
Gek genoeg beseffen we dat meestal pas wanneer een bepaalde rol ineens ontbreekt.
Wanneer Jason er een avond niet is, merken we dat meteen.
Wanneer een groot deel van de bassectie ontbreekt, merken we dat ook.
Wanneer precies die ene muzikant met een solistische passage ontbreekt, wordt het ineens heel duidelijk.
Dan zeggen we:
“Wat klonk dat stuk eigenlijk leeg zonder die solo.”
“We missen de bas, het fundament valt een beetje weg.”
“Zonder slagwerk is het lastig om het tempo goed vast te houden.”
Op dat moment voelen we allemaal: er ontbreekt iets.
Maar eigenlijk geldt dat voor iedere muzikant.
Niet alleen voor solisten.
Niet alleen voor slagwerk.
Niet alleen voor de bas.
Ook binnen een sectie heeft iedere stem zijn functie. Binnen het orkest heeft iedere muzikant zijn plek.
Misschien valt het minder direct op wanneer één tweede stem ontbreekt, maar muzikaal gezien verandert er wel degelijk iets. De klank verandert. De balans verandert. Het geheel wordt anders.
Dus besef ook dit:
Iedere muzikant in het orkest is belangrijk.
Jij bent een radertje in het geheel.
En zonder jouw radertje draait het orkest gewoon nét even minder soepel.
Omgaan met afwezigheid
Naast aanwezigheid is er nog een tweede aspect dat belangrijk is.
Namelijk: hoe ga je om met je eigen afwezigheid?
Iedereen kan een keer verhinderd zijn. Werk, gezin, ziekte of andere verplichtingen kunnen altijd voorkomen.
Maar wanneer je een repetitie mist, ontstaat er wel een situatie waarin het orkest iets moet opvangen.
De vraag is dan: maak je jouw probleem het probleem van het orkest, of neem je zelf de verantwoordelijkheid om dat op te lossen?
Wat ik merk is dat het orkest soms blijft hangen op een bepaald niveau, mede doordat afwezigheid niet altijd wordt ingehaald.
Wat helaas te weinig gebeurt, is dat de verantwoordelijkheid om het gemiste werk in te halen ook daadwerkelijk wordt genomen.
Wanneer iemand een repetitie mist, zou het eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn dat die muzikant daarna extra initiatief neemt om weer volledig aan te sluiten.
In mijn ogen betekent dat bijvoorbeeld dat een muzikant die een repetitie heeft gemist:
1. Zich op de hoogte stelt van de inhoud van de repetitie.
Wat hebben we gedaan? Welke passages hebben we behandeld? Waar hebben we aan gewerkt?
2. De informatie op de website goed doorneemt.
Daar staat vrijwel altijd het repetitieschema en de belangrijkste aandachtspunten.
3. Extra tijd inplant voor thuisstudie.
Zodat er ruimte is om:
a. in te halen wat je hebt gemist
b. en tegelijkertijd de volgende repetitie voor te bereiden.
Wanneer dat gebeurt, kan iemand na een afwezigheid relatief snel weer volledig aansluiten bij het orkest. En dat helpt het orkest enorm vooruit.
Want uiteindelijk draait het niet om het feit dat iemand een keer afwezig is. Dat kan gebeuren.
Het gaat erom hoe we daarna weer aansluiten bij het geheel.
Wanneer iedereen die verantwoordelijkheid neemt, kunnen we als orkest veel constanter vooruitgang boeken.
Ontwikkelmoment tijdens repetities
Wat daar ook bij hoort is een onderdeel van Next Step dat ik eigenlijk al langer wil invoeren.
Het idee is om eens in de twee of drie weken een klein deel van de repetitie — bijvoorbeeld een kwartier — te gebruiken voor ontwikkeling. Niet om repertoire te repeteren, maar om als orkest gericht aan bepaalde muzikale vaardigheden te werken.
Dat kan bijvoorbeeld zijn:
– een korte oefening in klankkleur
– een gezamenlijke ritmische training
– een stukje theorie dat helpt om muziek beter te begrijpen
– een luisteroefening om zuiverheid te verbeteren
– of een kleine oefening in samenspel
Het doel daarvan is dat we als orkest muzikale gereedschappen ontwikkelen die we daarna meteen kunnen toepassen in de muziek die we spelen.
Eerlijk gezegd heb ik dat het afgelopen jaar meerdere keren willen doen.
Maar ik heb er ook meerdere keren bewust van afgezien.
Niet omdat ik het idee niet belangrijk vond, maar omdat er op dat moment simpelweg te weinig muzikanten aanwezig waren om de impact te hebben die ik voor ogen had.
En dat vond ik zonde.
Want juist dit soort momenten kunnen een orkest helpen om een stap vooruit te zetten.
Het zou mooi zijn als we daar in de komende periode wél ruimte voor kunnen maken.
Een kleine cultuurverandering
Naast de manier waarop we muziek instuderen wil ik ook iets aanpassen aan het begin van de repetitie.
Mijn wens is dat we toewerken naar een cultuur waarin orkestleden ruim op tijd aanwezig zijn en zich vóór de repetitie al voorbereiden.
Dus tussen 19.20 en 19.30 hoor ik eigenlijk graag een gezonde kakofonie van opwarmende instrumenten: toonladders, oefeningen, moeilijke passages uit je partij.
Net als bij sport hebben ook muzikanten een korte warming-up nodig. Als we om 19.30 beginnen met warme instrumenten, losse lippen en wakker gehoor, kunnen we direct muzikaal aan de slag.
Maar ook hier een vraag aan jullie:
– Wat is er voor jou nodig om op tijd binnen te zijn?
– Lukt dat al?
– Zo niet: waar zit dat in?
Gezelligheid en serieus werken
Een vereniging is natuurlijk ook een sociaal gebeuren. Dat mag nooit verdwijnen in een soort militaire structuur. Het moet leuk blijven. Gezellig. Een plek waar je graag naartoe gaat en waar je je muzikale familie ontmoet.
Een grapje tijdens de repetitie moet kunnen. Even genieten van een solo. Een applausje voor iemand die iets goed speelt. Of samen lachen als iets flink mislukt.
Maar er is wel een verschil tussen humor en afleiding. Als iemand bewust blijft rommelen waardoor anderen hun concentratie verliezen, dan werkt dat uiteindelijk tegen ons.
Een modern orkest weet goed te balanceren tussen twee dingen:
Gezelligheid – voor de repetitie, in de pauze en in de derde helft.
Serieuze muzikale studie – tijdens de repetitie en in de voorbereiding thuis.
En eigenlijk versterken die twee elkaar.
Samen vooruit
We zijn uiteindelijk maar een paar uur per week samen op vrijdagavond – en minimaal een uur thuis met de muziek. Maar juist in die beperkte tijd kunnen we samen iets moois opbouwen.
Mijn doel met deze aanpak is simpel:
– duidelijkere kaders voor thuisstudie
– efficiëntere repetities
– meer muzikale verdieping
Niet vanuit strengheid, maar vanuit liefde voor muziek en voor het orkest.
Als ik naar dit orkest kijk zie ik vooral veel betrokkenheid, liefde voor muziek en een vereniging waar ontzettend veel mooie dingen gebeuren.
Neem dat gevoel mee naar huis.
De positiviteit die er is.
De liefde voor muziek.
De betrokkenheid bij de vereniging.
En stop dat ook in je thuisstudie.
Want als we allemaal een kleine stap zetten in voorbereiding, aandacht en discipline, kunnen we als orkest een enorme stap vooruit maken.
En dan zou het eigenlijk vanzelfsprekend moeten worden dat iedereen goed voorbereid en op tijd op een repetitie verschijnt — uitzonderingen daargelaten natuurlijk, zolang het ook echt uitzonderingen blijven.
Ik ben ervan overtuigd dat we samen die stap kunnen zetten. En daar werk ik zelf in ieder geval graag aan mee.
Bronnen (voor geïnteresseerden)
Ericsson, K.A. – The Role of Deliberate Practice in the Acquisition of Expert Performance (1993).
Duke, R.A. – onderzoeken naar efficiënte oefenstrategieën en muzikale leerprocessen, University of Texas Center for Music Learning.
Green, Elizabeth A.H. – The Modern Conductor.
Manfredo, Joseph – studies over effectieve repetitietijd en ensemblemanagement.
Pedagogische publicaties rondom brass- en windpedagogiek geïnspireerd door o.a. Arnold Jacobs en Midwest Clinic educatieve clinics.

Woord vooraf
Hieronder de presentatie over The Next Step 2.0 - delibarate practice & routine.

Woord vooraf
Hieronder alle informatie uit het tabblad van 10 april voor makkelijke referentie.
Muziek verbeteren begint niet bij harder oefenen, maar bij gerichter oefenen.
Op deze pagina vind je de 5 fundamenten waarop jouw spel is gebouwd:
- Toonvorming
- Toonladders
- Articulatie
- Flexibiliteit
- Ritmische vaardigheden
Deze pagina is bedoeld als inspiratie om je eigen thuisroutine op te bouwen.
Niet alles tegelijk, maar kiezen wat jij nodig hebt.
Elk fundament bevat herkenbare problemen en concrete oplossingen.
Werkwijze:
probleem → fundament → oplossing
Zo werk je niet meer willekeurig, maar doelgericht.
Niet meer oefenen, maar beter oefenen.
Met vertrouwen op het podium begint hier.
De Routine-Wijzer
Fundament 1 – Toonvorming
Kern: Toonvorming gaat over klank, controle en stabiliteit. De basis ligt bij adem, ontspanning, houding en embouchure. Wie zijn toonvorming ontwikkelt, werkt niet alleen aan een mooiere klank, maar ook aan meer zekerheid, betere intonatie en meer vrijheid in het spel.
Toonvorming is daarmee geen los onderdeel, maar een fundament onder alles wat je speelt. Een noot kan ritmisch goed zijn en technisch kloppen, maar als de klank niet vrij, stabiel en gedragen is, mist er iets in de basis.
Werkwijze: herken eerst het probleem, koppel het aan dit fundament en kies daarna één of twee gerichte oplossingsroutes. Plaats die oefening vervolgens in je routine of in je focusfase.
10 veelvoorkomende problemen en mogelijke oplossingen
-
1. Klank is dun of scherp
Mogelijke oorzaak: te weinig lucht, te veel spanning of te weinig klankvoorstelling.
Mogelijke oplossingen: longtones, spelen met warme lucht, luisteren naar goede voorbeelden en klank nabootsen, ontspannen embouchure. -
2. Klank is instabiel of ‘wiebelt’
Mogelijke oorzaak: onrustige luchtstroom, spanning of gebrek aan controle.
Mogelijke oplossingen: longtones met tuner, cresc < > decresc, spelen op één adem, focus op stabiele luchtstroom. -
3. Toon zakt weg bij langere noten
Mogelijke oorzaak: ademsteun valt weg of de toon wordt niet actief gedragen.
Mogelijke oplossingen: langere longtones opbouwen, ademsteun trainen, noten bewust doordragen tot het einde. -
4. Hoge tonen spreken moeilijk aan
Mogelijke oorzaak: forceren, te veel spanning of onvoldoende voorbereiding van embouchure en lucht.
Mogelijke oplossingen: embouchure training, bereik rustig uitbreiden, niet duwen maar ondersteunen met lucht, kleine stapjes omhoog werken. -
5. Lage tonen spreken moeilijk aan
Mogelijke oorzaak: te weinig lucht, te gespannen houding of te weinig resonantie.
Mogelijke oplossingen: ontspannen spelen, meer lucht geven, longtones in het lage register, ruime klank voorstellen. -
6. Klank verschilt sterk per noot
Mogelijke oorzaak: onvoldoende controle of geen gelijkmatige klankopbouw door het register heen.
Mogelijke oplossingen: lange tonen per noot, langzame toonladders met focus op klankgelijkheid, luisteren naar overgangen tussen noten. -
7. Intonatie is onzuiver (te hoog of te laag)
Mogelijke oorzaak: onvoldoende luisterbewustzijn, spanning of onstabiele luchtstroom.
Mogelijke oplossingen: spelen met tuner, longtones, actief luisteren en bijstellen, samenspelen met referentietoon of drone. -
8. Klank wordt hard en geforceerd bij forte
Mogelijke oorzaak: druk geven in plaats van lucht sturen.
Mogelijke oplossingen: cresc < > decresc, forte spelen vanuit ontspanning, denken in bredere luchtstroom in plaats van knijpen. -
9. Klank komt moeilijk op gang
Mogelijke oorzaak: onduidelijke ademvoorbereiding of onzekere aanzet.
Mogelijke oplossingen: zachte inzetten oefenen, adem vooraf klaarzetten, buzzen (indien passend bij instrument en methode), starten zonder druk. -
10. Spanning in gezicht of lichaam beïnvloedt de klank
Mogelijke oorzaak: te veel fysieke spanning in schouders, nek, armen of embouchure.
Mogelijke oplossingen: ontspanningsoefeningen, houding controleren, langzaam spelen, warming-up zonder haast.
Belangrijk: kies niet meteen alles. Werk steeds aan één of twee problemen tegelijk en geef jezelf de tijd om verschil te merken.
Algemene tips voor toonvorming
- Werk altijd vanuit ontspanning
Spanning is een van de grootste oorzaken van een onvrije klank. Controle komt uit rust, niet uit forceren. - Lucht is belangrijker dan druk
Denk in dragen, sturen en ondersteunen met lucht. Een goede toon ontstaat zelden door harder te duwen. - Luisteren is onmisbaar
Een mooie klank begint met een duidelijk klankbeeld in je hoofd. Luister naar voorbeelden en probeer die actief te benaderen. - Een mooie toon begint vóór de noot
De voorbereiding van adem, houding en focus bepaalt vaak al hoe de toon gaat klinken. - Werk aan klank in alle dynamieken
Niet alleen zacht of hard, maar juist ook in overgangen moet de toon stabiel en vrij blijven.
Praktische studietips
- Gebruik je routine slim
Plaats toonvorming vooral in het onderdeel Fundament van je routine. Vijf tot tien minuten gericht werken aan klank levert op de lange termijn veel op. - Werk met longtones, maar niet gedachteloos
Vraag jezelf bij elke toon af: is de klank stabiel, vrij, warm en gedragen? - Gebruik een tuner als hulpmiddel, niet als doel op zich
De tuner helpt je om bewuster te luisteren, maar het echte werk gebeurt in je oor en in je klankvoorstelling. - Neem jezelf af en toe op
Wat je tijdens het spelen ervaart, is niet altijd hetzelfde als wat een luisteraar hoort. - Koppel losse oefeningen terug aan muziek
Werk niet alleen los aan klank, maar neem die verbeterde toon direct mee naar een passage uit je repertoire.
Voorbeelden van oefeningen
- Longtones
Speel één toon rustig aan, houd hem stabiel vast en luister actief naar klank, intonatie en draagkracht. - Cresc < > decresc
Begin zacht, bouw uit naar groter volume en ga weer terug — zonder dat de klank hard, scherp of onstabiel wordt. - Toonladders met klankfocus
Speel langzaam en probeer iedere toon dezelfde kwaliteit en rust te geven. - Buzzen
Voor koper kan dit helpen bij focus, centrum en embouchurebewustzijn, mits rustig en gecontroleerd toegepast. - Drone of referentietoon
Speel tegen een vaste toon om beter te luisteren naar intonatie, resonantie en klankstabiliteit.
Achtergrond en inspiratie
Veel van deze oplossingen sluiten aan bij breed gedragen principes uit de muziekdidactiek: doelgericht oefenen, luisteren met aandacht, problemen isoleren en werken aan controle voordat tempo of volume wordt opgevoerd. Binnen internationale muziekeducatie wordt dat vaak gekoppeld aan deliberate practice, onder andere bekend geworden door het werk van Anders Ericsson.
Ook binnen de blaasmuziekpedagogiek keren dezelfde principes steeds terug: aandacht voor longtones, ademsteun, ontspanning, houding en het ontwikkelen van een bewuste klankvoorstelling. Zulke uitgangspunten zijn terug te vinden binnen organisaties als NAfME (National Association for Music Education) en in methodes van verschillende erkende docenten en opleidingen.
Belangrijk om te onthouden: er is niet één magische oefening die alles oplost. Wel zijn er bewezen en veelgebruikte manieren om gericht aan je toonvorming te werken. Gebruik deze pagina daarom als richtingwijzer: niet om alles tegelijk te doen, maar om slimmer te kiezen.
Samenvatting
Toonvorming is de basis van je spel. Wie werkt aan adem, ontspanning, embouchure en klankcontrole, merkt dat niet alleen in losse tonen, maar in alles wat daarna komt: intonatie, dynamiek, register, samenspel en muzikaliteit.
Doel van dit fundament: een stabiele, vrije en gecontroleerde klank in alle registers.
Fundament 2 – Toonladders
Kern: Toonladders zijn de basis voor techniek, overzicht en muzikaliteit. Ze helpen je om grepen en posities te automatiseren, je intonatie te verbeteren en controle te krijgen over je volledige bereik.
Door bewust met toonladders te werken, ontwikkel je niet alleen snelheid en nauwkeurigheid, maar ook klank, flexibiliteit en inzicht in muziekstructuur. Toonladders vormen daarmee een directe brug tussen techniek en muziek.
Werkwijze: herken het probleem, koppel het aan dit fundament en kies daarna één of twee gerichte oplossingsroutes. Plaats deze in je routine of focusfase.
10 veelvoorkomende problemen en mogelijke oplossingen
- 1. Grepen of posities zijn onzeker
Oorzaak: onvoldoende automatisering.
Oplossing: langzaam spelen, herhalen zonder ritme, bewust meedenken met grepen/posities. - 2. Veel fouten bij toonladders met meerdere voortekens
Oorzaak: geen overzicht in toonsoorten.
Oplossing: specifieke toonladders isoleren, voortekens benoemen vóór het spelen, dagelijks kort herhalen. - 3. Overgangen tussen noten zijn ongelijk
Oorzaak: motoriek niet vloeiend.
Oplossing: langzaam spelen, twee tonen isoleren, legato verbinden. - 4. Tempo valt terug bij moeilijke passages
Oorzaak: techniek nog niet stabiel.
Oplossing: tempo verlagen, metronoom gebruiken, stap voor stap opbouwen. - 5. Bereik (hoog/laag) is oncontroleerbaar
Oorzaak: onbekend register.
Oplossing: toonladders over meerdere octaven, bereik uitbreiden per halve stap. - 6. Intonatie verschilt per toon
Oorzaak: onvoldoende controle per noot.
Oplossing: spelen met tuner, langzame toonladders, luisteren en bijstellen. - 7. Klankkleur verandert per register
Oorzaak: gebrek aan klankcontrole.
Oplossing: toonladders met focus op klankgelijkheid, combineren met longtones. - 8. Ritmiek valt uit elkaar
Oorzaak: focus op noten i.p.v. tijd.
Oplossing: toonladders met ritmische variaties, metronoom gebruiken. - 9. Articulatie is ongelijk
Oorzaak: onvoldoende controle tongslag.
Oplossing: toonladders in verschillende articulaties (legato/staccato), langzaam oefenen. - 10. Je speelt noot-voor-noot zonder overzicht
Oorzaak: geen patroonherkenning (chunking).
Oplossing: denken in patronen (bijv. drieklanken), groepen herkennen i.p.v. losse noten.
Belangrijk: werk steeds aan één aspect tegelijk (bijv. tempo, klank of ritme).
Algemene tips voor toonladders
- Zie toonladders als gereedschap
Niet een verplicht nummer, maar een manier om gericht te verbeteren. - Werk juist aan moeilijke toonsoorten
Groei zit in toonladders met meerdere voortekens. - Denk vooruit
Weet welke noot komt en hoe je die speelt. - Blijf muzikaal spelen
Ook een toonladder moet vloeiend en muzikaal klinken. - Werk over meerdere octaven
Zo ontwikkel je bereik en controle.
Praktische studietips
- Gebruik toonladders in je routine
Korte, dagelijkse herhaling geeft het meeste resultaat. - Werk langzaam en gecontroleerd
Snelheid komt pas ná controle. - Varieer bewust
Speel dezelfde toonladder in verschillende ritmes, tempi en articulaties. - Combineer fundamenten
Werk tegelijk aan klank, ritme en articulatie binnen één toonladder. - Gebruik een metronoom
Voor stabiliteit en gecontroleerde opbouw.
Voorbeelden van oefeningen
- Langzame toonladders
Focus op klank, intonatie en controle. - Toonladders in patronen
Bijv. 1–3–5–3–1 voor overzicht en techniek. - Octaaf-oefeningen
Speel over meerdere registers. - Ritmische variaties
Triolen, achtsten, syncopen. - Interleaved oefenen
Wissel verschillende toonladders af voor sneller leren.
Achtergrond en inspiratie
Toonladders vormen wereldwijd de basis van muziek en techniek. Ze helpen bij het ontwikkelen van intonatie, techniek en muzikaal inzicht en komen terug in vrijwel alle muziekstijlen :contentReference[oaicite:2]{index=2}.
Onderzoek naar muzikaal leren laat zien dat doelgericht oefenen — waarbij je problemen isoleert, bewust herhaalt en varieert — sterk samenhangt met vooruitgang :contentReference[oaicite:3]{index=3}.
Belangrijk: een toonladder is geen doel, maar een middel om beter te spelen.
Samenvatting
Toonladders geven overzicht, controle en techniek. Door ze bewust te gebruiken, ontwikkel je niet alleen je vingers of posities, maar ook je klank, intonatie en muzikaliteit.
Doel van dit fundament: controle over alle toonsoorten, een stabiele techniek en muzikaal spel over het hele bereik.
Voorbeelden nodig?
Hieronde in de toonladder van C, maar kan uiteraard op elke toonsoort worden toegepast.






Fundament 3 – Articulatie
Kern: Articulatie bepaalt hoe een noot begint, klinkt en eindigt. Het gaat om duidelijkheid, controle en karakter in je spel. Goede articulatie zorgt ervoor dat muziek niet alleen klopt, maar ook spreekt.
Articulatie is de schakel tussen techniek en expressie. Het beïnvloedt ritme, klank en samenspel. Een goede articulatie is altijd verbonden met luchtstroom en timing — niet los daarvan.
Belangrijk onderscheid:
Bij koper (mondstuk) ontstaat articulatie door tong en lucht in balans te brengen.
Bij hout (riet / dubbelriet) speelt de tong direct tegen het riet en is controle nog gevoeliger en preciezer.
Werkwijze: herken het probleem, koppel het aan dit fundament en kies één of twee gerichte oplossingsroutes. Plaats deze in je routine of focusfase.
10 veelvoorkomende problemen en mogelijke oplossingen
- 1. Aanzet is onduidelijk of ‘vaag’
Oorzaak: te weinig focus op begin van de noot.
Oplossing: langzaam articuleren, duidelijke tongslag oefenen, starten vanuit lucht.
Koper: denk “lucht eerst, dan tong”.
Hout: lichte, gecontroleerde tong tegen het riet. - 2. Aanzet is te hard of scherp
Oorzaak: te veel druk of te harde tongactie.
Oplossing: zachte inzetten oefenen, minder tongdruk, lucht laten dragen.
Koper: vermijden van ‘plakken’ met tong.
Hout: lichte aanraking van het riet. - 3. Articulatie is ongelijk binnen een reeks
Oorzaak: gebrek aan controle en consistentie.
Oplossing: langzame herhaling, elke noot bewust gelijk maken. - 4. Tongslag is te traag bij sneller tempo
Oorzaak: motoriek onvoldoende ontwikkeld.
Oplossing: tempo omlaag, techniek isoleren, enkel/dubbel tongslag oefenen. - 5. Articulatie en ritme vallen niet samen
Oorzaak: timing en tong niet gekoppeld.
Oplossing: metronoom gebruiken, articulatie op de tel plaatsen, eerst klappen/tellen. - 6. Noten zijn te kort of te lang
Oorzaak: verkeerde interpretatie van lengte.
Oplossing: verschil oefenen tussen staccato, tenuto en legato, bewust luisteren. - 7. Legato is niet vloeiend
Oorzaak: te veel tonggebruik of onderbroken luchtstroom.
Oplossing: spelen zonder tong, luchtstroom centraal zetten. - 8. Staccato is niet duidelijk of te zwaar
Oorzaak: verkeerde balans tussen tong en lucht.
Oplossing: korte, lichte articulatie oefenen, lucht laten doorlopen. - 9. Accenten komen niet goed uit
Oorzaak: gebrek aan controle over nadruk.
Oplossing: accenten overdrijven, eerst langzaam oefenen, koppelen aan lucht en timing. - 10. Articulatie werkt alleen in langzaam tempo
Oorzaak: techniek nog niet geautomatiseerd.
Oplossing: tempo geleidelijk verhogen, macro–micro–macro toepassen.
Belangrijk: articulatie ontstaat nooit alleen uit de tong. De combinatie van lucht, timing en beweging bepaalt het resultaat.
Algemene tips voor articulatie
- Lucht blijft altijd doorgaan
De tong onderbreekt niet, maar vormt de lucht. - Werk vanuit ontspanning
Spanning maakt articulatie zwaar en traag. - Speel duidelijk, niet hard
Helderheid komt uit controle, niet uit kracht. - Luister naar het begin van de noot
Daar zit de kwaliteit van articulatie. - Blijf muzikaal denken
Articulatie ondersteunt de muziek, niet andersom.
Praktische studietips
- Werk langzaam
Controle eerst, snelheid later. - Gebruik de metronoom
Voor timing en gelijkheid. - Varieer articulaties
Speel dezelfde passage legato, staccato en met accenten. - Combineer met toonladders
Articulatie oefenen binnen bekende structuren. - Test jezelf
Kun je het zonder nadenken uitvoeren?
Voorbeelden van oefeningen
- Langzame articulatie
Elke noot bewust en gelijk starten. - Enkel / dubbel tongslag
Voor snelheid en controle. - Legato zonder tong
Focus op luchtstroom. - Staccato-oefeningen
Korte, lichte noten met controle. - Articulatie-variaties
Eén passage op meerdere manieren spelen.
Achtergrond en inspiratie
Articulatie wordt binnen muziekonderwijs gezien als een essentieel onderdeel van techniek en expressie. Het combineren van tongslag met luchtstroom en timing is een kernprincipe in vrijwel alle blaasmethodes.
Doelgericht oefenen — waarbij articulatie wordt geïsoleerd, herhaald en vervolgens teruggeplaatst in de muziek — sluit aan bij principes van deliberate practice zoals beschreven door Anders Ericsson.
Belangrijk: articulatie is geen trucje, maar een vaardigheid die ontstaat door herhaling, controle en luisteren.
Samenvatting
Articulatie geeft richting en duidelijkheid aan je spel. Door te werken aan controle, timing en luchtgebruik, zorg je ervoor dat elke noot spreekt.
Doel van dit fundament: duidelijke, gecontroleerde en muzikale articulatie in elk tempo en elke stijl.
Fundament 4 – Flexibiliteit
Kern: Flexibiliteit gaat over het soepel bewegen tussen tonen, registers en intervallen. Het bepaalt hoe vloeiend je speelt en hoeveel controle je hebt over sprongen, bereik en verbinding tussen noten.
Een flexibele speler beweegt moeiteloos door het instrument, zonder spanning of onderbreking in klank. Dit fundament is essentieel voor vloeiend spel, stabiele intonatie bij sprongen en controle over het volledige bereik.
Belangrijk onderscheid:
Bij koper speelt flexibiliteit zich sterk af in embouchure en lucht (bijv. lip slurs).
Bij hout ligt de uitdaging vaak in overgangen tussen registers (bijv. over de ‘break’) en vingercoördinatie.
Werkwijze: herken het probleem, koppel het aan dit fundament en kies één of twee gerichte oplossingsroutes. Plaats deze in je routine of focusfase.
10 veelvoorkomende problemen en mogelijke oplossingen
-
1. Overgangen tussen noten zijn schokkerig
Oorzaak: onvoldoende controle over verbinding.
Oplossing: langzaam legato spelen, twee tonen isoleren, luchtstroom constant houden. -
2. Sprongen (bijv. octaven) klinken onzeker
Oorzaak: gebrek aan controle bij intervalwisselingen.
Oplossing: sprongen langzaam oefenen, eerst losse intervallen, daarna in context. -
3. Intonatie verandert bij sprongen
Oorzaak: onvoldoende controle per register.
Oplossing: spelen met tuner, sprongen isoleren, luisteren en bijstellen. -
4. Hoge tonen zijn gespannen of geforceerd
Oorzaak: te veel druk, te weinig controle.
Oplossing: bereik rustig uitbreiden, lucht gebruiken i.p.v. kracht, kleine stappen omhoog. -
5. Lage tonen spreken slecht aan
Oorzaak: onvoldoende lucht of ontspanning.
Oplossing: ontspannen spelen, meer lucht, lage longtones combineren met flexibiliteitsoefeningen. -
6. Problemen bij registerovergangen (bijv. ‘break’)
Oorzaak: gebrek aan controle bij overgang.
Oplossing: overgangen isoleren, langzaam oefenen, specifieke registeroefeningen.
Hout: extra aandacht voor vingercombinaties.
Koper: focus op embouchure en lucht. -
7. Klank verandert bij bewegen door registers
Oorzaak: gebrek aan klankcontrole.
Oplossing: langzaam spelen, klank gelijk houden, combineren met toonvorming. -
8. Vingers en lucht werken niet samen
Oorzaak: coördinatieprobleem.
Oplossing: langzaam oefenen, bewegingen synchroniseren, zonder druk spelen. -
9. Moeite met snelle passages met sprongen
Oorzaak: techniek nog niet geautomatiseerd.
Oplossing: tempo omlaag, isoleren, daarna opbouwen. -
10. Alleen controle in één register
Oorzaak: beperkte ervaring in andere registers.
Oplossing: toonladders over meerdere octaven, bereik uitbreiden per halve stap.
Belangrijk: flexibiliteit ontwikkel je niet door forceren, maar door gecontroleerd en ontspannen bewegen.
Algemene tips voor flexibiliteit
- Denk in verbinding
Niet losse noten, maar de lijn ertussen. - Lucht blijft leidend
Beweging komt uit lucht, niet uit spanning. - Werk ontspannen
Spanning blokkeert flexibiliteit. - Luister naar overgangen
Niet alleen de noten, maar vooral wat ertussen gebeurt. - Werk in kleine stappen
Bereik en sprongen bouw je geleidelijk op.
Praktische studietips
- Gebruik flexibiliteit in je routine
Korte, dagelijkse oefeningen maken het verschil. - Speel langzaam
Controle vóór snelheid. - Combineer met toonvorming
Klank en flexibiliteit horen bij elkaar. - Werk met patronen
Herken terugkerende bewegingen. - Test jezelf
Kun je het vloeiend en zonder nadenken?
Voorbeelden van oefeningen
- Lip slurs / verbindings-oefeningen
Voor vloeiende overgangen (vooral koper). - Registeroefeningen
Specifiek overgangen trainen (vooral hout). - Octaafsprongen
Langzaam en gecontroleerd oefenen. - Toonladders over meerdere octaven
Voor bereik en controle. - Intervaloefeningen
Sprongen bewust trainen.
Achtergrond en inspiratie
Flexibiliteit wordt in muziekonderwijs gezien als een combinatie van motorische controle, ademgebruik en coördinatie. Het vermogen om soepel te bewegen tussen tonen is essentieel voor zowel techniek als muzikaliteit.
Onderzoek naar effectief oefenen laat zien dat het isoleren van bewegingen en het geleidelijk opbouwen van moeilijkheid zorgt voor betere resultaten. Dit sluit aan bij principes van deliberate practice.
Belangrijk: flexibiliteit ontwikkel je door gecontroleerde herhaling en niet door snelheid of kracht.
Samenvatting
Flexibiliteit zorgt voor vloeiend spel, controle over sprongen en beheersing van je volledige bereik. Het maakt muziek verbindend en natuurlijk.
Doel van dit fundament: soepel, vloeiend en gecontroleerd spelen in alle registers en intervallen.
Fundament 5 – Ritmische vaardigheden
Kern: Ritmische vaardigheden gaan over meer dan noten op tijd spelen. Het fundament ligt in pulse, subdivisie, timing, voorbereiding en stijlgevoel. Wie ritmisch sterk speelt, voelt waar de tijd loopt, weet hoe een maat intern verdeeld is en kan dat ook onder druk stabiel uitvoeren.
Ritme is daarmee niet alleen een technisch onderdeel, maar ook een muzikale vaardigheid. Het bepaalt hoe strak een passage klinkt, hoe goed een inzet landt en of een stijl echt tot leven komt. In pop, latin, swing, big band, klassiek of samba gaat het niet alleen om wanneer je speelt, maar ook om hoe je de tijd voelt en verdeelt.
Werkwijze: herken eerst het probleem, koppel het aan dit fundament en kies daarna één of twee gerichte oplossingsroutes. Plaats die oefening vervolgens in je routine of in je focusfase.
15 veelvoorkomende problemen en mogelijke oplossingen
-
1. Je speelt structureel te snel of te langzaam
Oorzaak: geen stabiele interne puls.
Oplossing: metronoom gebruiken op de hoofdslag, meebewegen of meetellen, dezelfde passage op meerdere langzame tempi herhalen. -
2. Het tempo zakt weg of loopt op tijdens langere passages
Oorzaak: de puls wordt niet intern vastgehouden.
Oplossing: metronoom met minder klikken gebruiken, na enkele maten zonder klik doorspelen, daarna controleren of je nog gelijk zit. -
3. Je weet het ritme wel, maar raakt tijdens stiltes de tel kwijt
Oorzaak: geen actieve doorlopende puls tijdens rusten.
Oplossing: rusten meetellen, subdivisie blijven horen tijdens stiltes, inzetten apart oefenen met vooraf tellen. -
4. Notenlengtes zijn onduidelijk of verkeerd uitgevoerd
Oorzaak: notenwaarden worden niet bewust geïnterpreteerd.
Oplossing: ritme klappen of spreken, notenwaarden uitschrijven of benoemen, eerst zonder toonhoogte oefenen. -
5. Triolen, sextolen of andere verdelingen lopen niet goed
Oorzaak: de subdivisie is niet geïnternaliseerd.
Oplossing: de verdeling los oefenen, hardop tellen of spreken, langzaam beginnen en pas daarna in tempo brengen. -
6. Onregelmatige maatsoorten voelen onlogisch (bijv. 5/8 of 7/8)
Oorzaak: geen duidelijk gevoel voor groepering binnen de maat.
Oplossing: maat opdelen in groepen (bijv. 3+2 of 2+2+3), accenten markeren, lopen of bewegen op de maat. -
7. Je inzet komt op het verkeerde moment
Oorzaak: geen duidelijk ankerpunt vóór de inzet.
Oplossing: benoemen op welke tel of onderverdeling je inzet, alleen de inzet oefenen, cue ervoor noteren in de partij. -
8. Het ritme klopt ongeveer, maar voelt niet strak
Oorzaak: te weinig interne subdivisie.
Oplossing: kleinere onderverdelingen denken of tellen, metronoom op subdivisie zetten, spelen terwijl je zacht meetikt of meebeweegt. -
9. Syncopen en offbeats zijn onzeker
Oorzaak: de sterke en zwakke delen van de maat zijn niet duidelijk genoeg in je gevoel.
Oplossing: eerst de basispuls stevig voelen, syncopen klappen, accenten overdrijven en daarna weer muzikaal terugbrengen. -
10. Je vingers of tong kunnen het ritme nog niet bijhouden
Oorzaak: het probleem is deels motorisch en niet alleen ritmisch.
Oplossing: tempo drastisch verlagen, ritme eerst op één toon oefenen, daarna pas vingers of articulatie toevoegen. -
11. In snelle passages raak je de pulse kwijt
Oorzaak: te veel focus op noten en te weinig op de onderliggende tel.
Oplossing: grotere puls blijven voelen, subdivisie mentaal voorbereiden, moeilijke maat isoleren en terugplaatsen in het geheel. -
12. Een stijl klinkt ritmisch niet overtuigend
Oorzaak: gebrek aan stijlgevoel in groove, accentplaatsing en subdivision.
Oplossing: luisteren naar goede voorbeelden, meespelen met opnames, stijltypische patronen apart oefenen. -
13. Swing voelt recht of te strak
Oorzaak: straight eighths worden gespeeld waar een swing feel nodig is.
Oplossing: swing-subdivisie voelen vanuit triplet-denken, metronoom op 2 en 4, meespelen met swing-opnames en letten op long-short feel. -
14. Latin, samba of pop voelt ritmisch onrustig
Oorzaak: de groove wordt niet vanuit pulse en patroon gedacht.
Oplossing: basispatronen eerst klappen of spreken, luisteren naar clave/groove-dragers, eenvoudige ostinati herhalen tot de feel stabiel wordt. -
15. Het lukt alleen in context van het stuk, maar niet los
Oorzaak: afhankelijkheid van de muziek in plaats van begrip van het ritme zelf.
Oplossing: ritme los van de noten oefenen, daarna op één toon spelen, vervolgens terugplaatsen in de passage.
Belangrijk: ritmische problemen zijn vaak beter oplosbaar als je eerst onderzoekt waar het precies misgaat: bij de puls, bij de subdivisie, bij de inzet of bij de motoriek.
Algemene tips voor ritmische vaardigheden
- Denk altijd in pulse
Ook als je een ingewikkeld ritme speelt, moet je weten waar de basispuls zit. - Subdivisie is je houvast
Hoe kleiner en duidelijker je intern verdeelt, hoe stabieler je ritme wordt. - Gebruik de metronoom bewust
Niet alleen om “mee te tikken”, maar om te testen of jouw interne tijd klopt. - Bereid ritme mentaal voor
Zie of hoor de verdeling al voordat je speelt. - Ritme is ook stijl
Straight, swing, latin, samba, big band of klassiek vragen elk om een andere feel en accentplaatsing.
Praktische studietips
- Werk eerst zonder instrument
Klappen, tellen, spreken en bewegen maken ritme vaak sneller duidelijk dan direct spelen. - Gebruik de metronoom op verschillende manieren
Op de tel, op de onderverdeling, op 2 en 4, of met minder klikken om je interne puls te testen. - Begin langzaam
Ritme wordt niet beter door haast, maar door controle. - Maak onderscheid tussen ritmeprobleem en techniekprobleem
Soms zit het probleem niet in de tijd, maar in tongslag of vingercoördinatie. - Plaats alles terug in context
Na het isoleren moet het ritme weer terug in de muzikale lijn.
Voorbeelden van oefeningen
- Pulse-oefening
Klap of tik de basispuls mee terwijl je een ritme spreekt of speelt. - Subdivisie-oefening
Speel of spreek één ritme en tel daarbij bewust de kleinere verdeling mee. - Metronoom-oefening
Speel eerst met klik op elke tel, daarna alleen op tel 1, daarna met minder referentiepunten. - Ritme op één toon
Neem toonhoogte weg en oefen alleen de tijd en articulatie. - Stijloefening
Speel een eenvoudig patroon in verschillende feels: straight, swing, latin of pop. - Macro–micro–macro
Speel eerst het geheel, oefen daarna één maat of passage heel gericht, en zet het vervolgens terug in context.
Stijl en ritmische feel
Niet elke stijl voelt hetzelfde, ook niet als de noten op papier vergelijkbaar lijken. In pop en veel moderne stijlen is de onderverdeling vaak recht en duidelijk. In swing en big band worden achtsten meestal niet recht gespeeld, maar met een long-short feel. In latin en samba is de groove vaak sterker gekoppeld aan vaste patronen en onderliggende ritmische dragers. In klassieke muziek ligt de nadruk vaker op maatstructuur, frasering en gecontroleerde timing binnen stijl en context.
Praktisch: als een stijl ritmisch niet overtuigt, oefen dan niet alleen de noten, maar vooral de pulse, subdivision en accentstructuur van die stijl.
Achtergrond en inspiratie
Onderzoek en muziekdidactiek laten zien dat ritmische ontwikkeling sterk samenhangt met het vermogen om een onderliggende beat te infereren en vast te houden, ook als die niet letterlijk wordt aangegeven. Daarnaast helpt doelgericht oefenen in kleine delen, met duidelijke strategieën en reflectie, om sneller vooruitgang te boeken.
Ook in onderwijsbronnen over groove en stijl komt steeds hetzelfde terug: pulse, meter en subdivision vormen samen de basis voor timing en feel. De metronoom is daarbij niet alleen een controle-instrument, maar ook een middel om interne tijd en zelfmonitoring te ontwikkelen.
Belangrijk: ritme wordt niet stabiel door meer herhalen alleen, maar door gerichter luisteren, beter voorbereiden en bewuster verdelen.
Samenvatting
Ritmische vaardigheden vormen het fundament onder strak samenspel, betrouwbare inzetten en overtuigende stijl. Wie werkt aan pulse, subdivisie, timing en groove, merkt dat meteen in de repetitie én op het podium.
Doel van dit fundament: een stabiele interne puls, duidelijke subdivisie en stijlbewuste timing in elke muzikale context.
Repetitieschema's 2025-2026
Maak een keuze uit de data hierboven voor de aantekeningen van die repetitie of klik hiernaast op belangrijke items!

Er wordt hard gewerkt om de webpagina in orde te maken!

Er wordt hard gewerkt om de webpagina in orde te maken!
Belangrijk!

De 60‑minuten‑challenge – 2026 ⏰🎵
Onze vertrouwde 40‑minuten‑challenge heeft al veel muzikanten geholpen om bewust te oefenen. Voor 2026 zetten we een grote stap: de 60‑minuten‑challenge! 🥁
Het idee is simpel: besteed iedere week minimaal 60 minuten bewust aan je eigen partij. Niet ‘even doorblazen’, maar gericht oefenen tot je het goed onder de knie hebt. Zo breng je je partijen op niveau naar de repetitie en maken we als orkest echte stappen in samenspel, klankkleur en projectie. 🎶
Extra voordeel van 20 minuten erbij ⏱️:
- Meer tijd om moeilijke passages echt goed onder de knie te krijgen 🎼
- Mogelijkheid om technieken zoals ademsteun, articulatie en dynamiek te verbeteren 💪
- Meer focus op muzikale nuances en expressie 🌈
- Betere voorbereiding op de repetitie, zodat samenspel direct sterker wordt 👥
Tip: verdeel de 60 minuten bijvoorbeeld in 2×30 minuten of 3×20 minuten, zodat oefenen overzichtelijk en effectief blijft. 📅
Kort gezegd: waarom dit belangrijk is 🎯
Door bewust te oefenen en je partijen thuis op niveau te brengen, spelen we in de repetitie sneller samen, wordt ons klankbeeld sterker, en ontwikkelen we ons instrumentaal vermogen. 🎷
Februari: werken aan thuis- en repetitieroutine 🗓️
In februari zullen we samen actief werken aan de thuis- en repetitieroutine: een warming-up die helpt om sneller in te spelen, het spel te verbeteren en het orkestgeluid te versterken. De focus ligt op:
- Lange tonen – Voor klank, ademsteun en focus 🎺
- Toonladders – Voor flexibiliteit en techniek 🎶
- Ritmische oefeningen – Voor timing en samenklank 🥁
- Loopjes of etudes – Om techniek én muzikaliteit verder uit te bouwen 🎵
Tips & Tricks voor thuisstudie 💡
- Plan je oefenmomenten – Kies één of twee stukken per week waarop je je focust. 📅
- Oefen bewust en langzaam – Bouw tempo en complexiteit op zodra het veilig voelt. 🐢
- Markeer moeilijke passages – Focus op wat echt aandacht nodig heeft. ✏️
- Neem jezelf op – Zo hoor je waar je vooruitgang boekt en wat nog aandacht vraagt. 🎧
- Varieer je sessies – 2×30 of 3×20 minuten werken beter dan één lange sessie op de automatische piloot. ⏳
- Sluit af met iets leuks – Zo blijft oefenen plezierig en motiverend! 😊
“De mooiste repetities beginnen thuis — met bewust oefenen en jezelf uitdagen. Zo maken we samen muziek met meer energie, klankkleur en betekenis!” 🎶
Afkortingen:
Specifiek voor een bepaalde stem? Dan staat er ook een nummer achter, bijvoorbeeld: KL2 of TRP3 voor klarinet 2 en trompet 3 partij.
PICC - Piccolo
FLT - Fluit
OB - Hobo
FGT - Fagot
KL - Klarinet
BKL - Basklarinet
ASX - Alt-Sax
TSX - Tenor-Sax
BSX - BAriton-Sax
HRN - Hoorn
TRP - Trompet
TRB - Trombone
BAR / EUPH - BAriton of Euphonium
BAS - Es- of Besbassen
DRM - Drums
PERC1, PERC2 - Percussie
MELP - Melodische Percussie
TIMP - Pauken
Overig:
ORKEST - geldt voor iedereen
BASLIJN - Alle instrumenten die de baslijn spelen
MELODIELIJN - Alle instrumenten die melodie spelen
PERC - Alle percussiepartijen
De Stem van de Streek - 24 okt 2026
Mother Earth - Within Temptation - arr. E. Stoffels
Within Temptation is een Nederlandse symfonische rockband die in 1996 werd opgericht door Sharon den Adel en Robert Westerholt. De band verwierf internationale bekendheid met hun unieke combinatie van rock, orkestrale klanken en de karakteristieke zang van Sharon den Adel.
Met albums als Mother Earth, The Silent Force en The Heart of Everything groeide Within Temptation uit tot een van de bekendste symfonische rockbands ter wereld. Hun muziek wordt gekenmerkt door krachtige melodieën, filmische sfeer en een sterke emotionele lading.
Emile Stoffels is een Nederlandse arrangeur en componist die vooral bekend staat om zijn effectieve en muzikale bewerkingen voor harmonie- en fanfareorkesten. Zijn arrangementen weten vaak de kracht en sfeer van het oorspronkelijke werk te behouden, terwijl ze tegelijkertijd uitstekend speelbaar zijn voor blaasorkesten.
Met een scherp gevoel voor orkestratie en balans weet hij populaire muziek, filmmuziek en symfonische rock op overtuigende wijze naar het blaasorkest te vertalen.
Video Voorbeeld
Download hieronder jouw partij.
- 01 - Fluit.pdf
- 02 - Klarinet 1.pdf
- 03 - Klarinet 2.pdf
- 04 - Klarinet 3.pdf
- 05 - Basklarinet.pdf
- 06 - Sax 1.pdf
- 07 - Sax 2.pdf
- 08 - Tenorsax.pdf
- 09 - Baritonsax.pdf
- 10 - Hoorn 1-2.pdf
- 11 - Hoorn 3.pdf
- 12 - Trompet 1.pdf
- 13 - Trompet 2.pdf
- 14 - Trompet 3.pdf
- 15 - C Trombone 1.pdf
- 16 - C Trombone 2.pdf
- 17 - Euphonium - Bariton.pdf
- 18 - Besbas BC.pdf
- 19 - Basgitaar.pdf
- 20 - Drums.pdf
- 21 - percussie.pdf
- 22 - Mallets.pdf
- 23 - Pauken.pdf
Winterconcert 2027 - Studiestukken
Oregon - Jacob de Haan
Met Oregon schreef Jacob de Haan een van de meest geliefde werken uit het repertoire voor harmonie- en fanfareorkest. Het stuk is geïnspireerd op de uitgestrekte landschappen en de indrukwekkende natuur van de Amerikaanse staat Oregon.
De muziek schildert een breed en filmisch klankbeeld waarin verschillende sferen elkaar afwisselen. Lyrische melodieën, krachtige ritmische passages en kleurrijke orkestratie nemen de luisteraar mee op een muzikale reis door bergen, bossen en open vlaktes.
Door de heldere opbouw, de sterke thematiek en de rijke orkestklank is het werk zowel voor musici als voor publiek bijzonder aantrekkelijk. Het combineert toegankelijkheid met symfonische allure en behoort daardoor al jarenlang tot de meest gespeelde composities van de componist.
Een meeslepend en beeldend concertwerk dat het publiek meeneemt op een muzikale reis door het Amerikaanse landschap.
Jacob de Haan (Heerenveen, 1959) behoort tot de meest gespeelde componisten voor harmonie- en fanfareorkest ter wereld. Zijn muziek wordt op alle continenten uitgevoerd en staat bekend om zijn sterke melodieën, kleurrijke harmonieën en filmische karakter.
De Haan studeerde schoolmuziek en orgel aan het conservatorium in Leeuwarden, waar hij later ook docent arrangeren werd. Zijn internationale doorbraak kwam met het werk Oregon, een avontuurlijke fantasie die het publiek meeneemt op een muzikale reis door het Amerikaanse landschap.
Veel van zijn composities ontstaan achter de piano. De Haan begint vaak met improviseren op zijn meer dan honderd jaar oude Steinway-vleugel. Vanuit die spontane ideeën groeien uiteindelijk de melodieën en structuren die zijn muziek zo herkenbaar maken.
Inspiratie vindt hij overal: tijdens reizen over de hele wereld, in andere kunstvormen zoals opera, maar ook simpelweg in de natuur. Zelf zegt hij daarover: “Ik ben altijd op zoek naar nieuwe manieren om mijn publiek en de muzikanten te verrassen.”
Met werken als Oregon, Concerto d’Amore en verschillende koorcomposities heeft Jacob de Haan een blijvende plek veroverd in het repertoire van blaasorkesten wereldwijd.
Video Voorbeeld
TOP 2000 – in Concert – Gezamenlijk optreden Sint-Caecilia
Rolling Stones On Tour - Arr. Patrick Roszell
De muziek van The Rolling Stones behoort al decennialang tot de absolute klassiekers van de rockmuziek. Met hun rauwe sound, iconische riffs en onvergetelijke songs groeide de band uit tot een van de meest invloedrijke rockgroepen aller tijden.
In deze energieke medley brengt arrangeur Patrick Roszell een aantal van hun grootste hits samen. Het publiek hoort onder andere Paint It Black, (I Can’t Get No) Satisfaction en Ruby Tuesday – nummers die ook regelmatig hoog genoteerd staan in de Nederlandse Top 2000.
Zo stond Paint It Black bijvoorbeeld op positie 98 in de lijst van 2025, terwijl (I Can’t Get No) Satisfaction rond plaats 382 te vinden was. Ook Ruby Tuesday is een vaste klassieker in de lijst der lijsten.
Een swingende rockmedley vol legendarische riffs en tijdloze Rolling Stones-hits.
Patrick Roszell is een Amerikaanse componist, arrangeur en muziekpedagoog die bekendstaat om zijn energieke en toegankelijke muziek voor blaasorkesten. Zijn werken worden wereldwijd uitgevoerd en zijn vooral geliefd vanwege hun sterke drive, duidelijke vorm en effectieve orkestratie.
Naast originele composities schreef hij ook talrijke arrangementen van film-, pop- en musicalmuziek. Daarbij weet hij de karakteristieke stijl van het oorspronkelijke werk goed te behouden, terwijl de muziek uitstekend speelbaar blijft voor blaasorkesten.
Zijn arrangementen combineren muzikaliteit, speelplezier en publieksimpact.
Video Voorbeeld
Belangrijk!

De 60‑minuten‑challenge – 2026 ⏰🎵
Onze vertrouwde 40‑minuten‑challenge heeft al veel muzikanten geholpen om bewust te oefenen. Voor 2026 zetten we een grote stap: de 60‑minuten‑challenge! 🥁
Het idee is simpel: besteed iedere week minimaal 60 minuten bewust aan je eigen partij. Niet ‘even doorblazen’, maar gericht oefenen tot je het goed onder de knie hebt. Zo breng je je partijen op niveau naar de repetitie en maken we als orkest echte stappen in samenspel, klankkleur en projectie. 🎶
Extra voordeel van 20 minuten erbij ⏱️:
- Meer tijd om moeilijke passages echt goed onder de knie te krijgen 🎼
- Mogelijkheid om technieken zoals ademsteun, articulatie en dynamiek te verbeteren 💪
- Meer focus op muzikale nuances en expressie 🌈
- Betere voorbereiding op de repetitie, zodat samenspel direct sterker wordt 👥
Tip: verdeel de 60 minuten bijvoorbeeld in 2×30 minuten of 3×20 minuten, zodat oefenen overzichtelijk en effectief blijft. 📅
Kort gezegd: waarom dit belangrijk is 🎯
Door bewust te oefenen en je partijen thuis op niveau te brengen, spelen we in de repetitie sneller samen, wordt ons klankbeeld sterker, en ontwikkelen we ons instrumentaal vermogen. 🎷
Februari: werken aan thuis- en repetitieroutine 🗓️
In februari zullen we samen actief werken aan de thuis- en repetitieroutine: een warming-up die helpt om sneller in te spelen, het spel te verbeteren en het orkestgeluid te versterken. De focus ligt op:
- Lange tonen – Voor klank, ademsteun en focus 🎺
- Toonladders – Voor flexibiliteit en techniek 🎶
- Ritmische oefeningen – Voor timing en samenklank 🥁
- Loopjes of etudes – Om techniek én muzikaliteit verder uit te bouwen 🎵
Tips & Tricks voor thuisstudie 💡
- Plan je oefenmomenten – Kies één of twee stukken per week waarop je je focust. 📅
- Oefen bewust en langzaam – Bouw tempo en complexiteit op zodra het veilig voelt. 🐢
- Markeer moeilijke passages – Focus op wat echt aandacht nodig heeft. ✏️
- Neem jezelf op – Zo hoor je waar je vooruitgang boekt en wat nog aandacht vraagt. 🎧
- Varieer je sessies – 2×30 of 3×20 minuten werken beter dan één lange sessie op de automatische piloot. ⏳
- Sluit af met iets leuks – Zo blijft oefenen plezierig en motiverend! 😊
“De mooiste repetities beginnen thuis — met bewust oefenen en jezelf uitdagen. Zo maken we samen muziek met meer energie, klankkleur en betekenis!” 🎶
Er is iets bijzonders aan dat eerste moment van de dag waarop je je instrument in handen neemt. Nog vóórdat er een noot gespeeld wordt, hangt er een soort belofte in de lucht: dit wordt een muzikaal moment dat helemaal van jou is. Geen opdracht, geen verplichting — maar een cadeautje voor jezelf.
Over de kracht van een dagelijkse muzikale routine
De afgelopen tijd denk ik veel na over hoe we als muzikanten omgaan met onze tijd. We zijn vaak zo bezig met concerten, repetities en nieuwe stukken, dat we vergeten waar het eigenlijk begint: bij het opwarmen van onszelf. Niet alleen van het instrument, maar van adem, lichaam en aandacht.
De opwarmroutine – de basis van alles
Een opwarmroutine is iets wat je elke dag of wekelijks herhaalt. Een kort, vast moment van 5 tot 7 minuten waarin je jezelf voorbereidt op muziek maken. Het doel is niet oefenen, maar aanwezig worden.
Een goede routine raakt alle bouwstenen van muzikaliteit:
- Body – bewustwording van houding en ademhaling (Breathing Ground)
- Tone – het vinden van een warme, volle klank (Warm Resonance)
- Pulse – een natuurlijke ritmische stabiliteit zonder spanning (Pulse)
- Flow – soepele beweging tussen noten en registers (Flow)
- Scale Up – het activeren van techniek en toonladders met aandacht (Scale Up)
- Showdown – afronden met energie en expressie, alsof je al midden in een stuk zit (Showdown)
Deze routine is als het openen van een deur. Je stapt van de drukte van de dag naar een ruimte waar je alleen maar hoeft te luisteren, te ademen en te voelen. Na zeven minuten ben je niet alleen opgewarmd, maar ook afgestemd — op jezelf, op je instrument, en op wat muziek straks van je vraagt.
Studietijd – van routine naar inhoud
Na het opwarmen begint pas de echte studietijd: de periode waarin je 20 à 25 minuten met volledige aandacht werkt aan de muziek zelf. Hier verschuift de focus van lichamelijke voorbereiding naar mentale verdieping.
In deze fase denk je na over:
- frasering en muzikale lijnen
- klankkleur, balans en samenspel
- interpretatie en intentie
- hoe jouw partij past binnen het geheel van het orkest
Deze tijd vraagt rust, concentratie en nieuwsgierigheid. En precies dáárom is een goede opwarming zo belangrijk: als je lichaam en ademhaling klaar zijn, kan je hoofd zich volledig richten op de muziek.
Elke week iets nieuws meebrengen
Muzikale groei is niet iets abstracts — het gebeurt in kleine stapjes. Het uitgangspunt is eenvoudig: iedere week nét iets beter worden of meer kunnen dan de week ervoor. Breng elke repetitie iets nieuws mee. Dat kan een verbeterde ademsteun zijn, een beter gevoel voor timing, een mooier legato, of simpelweg meer rust in je spel.
De verantwoordelijkheid ligt bij ons allemaal. Wie thuis goed voorbereidt, maakt de repetitie voor iedereen waardevoller. Thuis leer je je eigen partij. Tijdens de repetitie leer je de partijen van je muzikale collega’s kennen. Zo ontstaat er ruimte om echt te musiceren — om te luisteren, te reageren en te beleven.
Begin bij jezelf
Daarom mijn uitnodiging: maak deze week eens bewust tijd voor jouw eigen routine. Niet als plicht, maar als investering in jezelf. Vijf minuten per dag om te landen, te ademen en je instrument wakker te maken. En daarna — een half uur om muziek te ontdekken met nieuwe oren.
Dat is waar groei begint: niet bij wat je speelt, maar bij hoe je begint te spelen.
Een routine is geen herhaling. Het is herontdekken. Elke dag opnieuw.
🎶
Afkortingen:
Specifiek voor een bepaalde stem? Dan staat er ook een nummer achter, bijvoorbeeld: KL2 of TRP3 voor klarinet 2 en trompet 3 partij.
PICC - Piccolo
FLT - Fluit
OB - Hobo
FGT - Fagot
KL - Klarinet
BKL - Basklarinet
ASX - Alt-Sax
TSX - Tenor-Sax
BSX - BAriton-Sax
HRN - Hoorn
TRP - Trompet
TRB - Trombone
BAR / EUPH - BAriton of Euphonium
BAS - Es- of Besbassen
DRM - Drums
PERC1, PERC2 - Percussie
MELP - Melodische Percussie
TIMP - Pauken
Overig:
BASLIJN - Alle instrumenten die de baslijn spelen
MELODIELIJN - Alle instrumenten die melodie spelen
PERC - Alle percussiepartijen













